Leerkracht

Titel:  Duinen
Onderwerp:  Het duingebied in Nederland
Schooltype:  Basisonderwijs
Groep: 7
Vakgebieden:  Aardrijkskunde, natuur
Uitvoering door:  Groepjes van 5 leerlingen
Tijdsinvestering:  2 tot 3 uur
Opbrengst:  Een poster
Extra materialen: A3-vellen, lijm, schaar, stiften.
WebQuestmaker: Marijke de Bruin, Mariska Wijnmalen, Jennifer Peters en Sharon Zeijseink.

Niveau van de opdrachten:

Wij hebben als doelgroep gekozen voor groep 7. De opdrachten en vragen hebben we zo geformuleerd dat het een oplopende moeilijkheidsgraad is, maar ook zo dat het voor de leerlingen duidelijk stappen zijn.
Ook is de taal zo aangepast dat de leerlingen het goed kunnen begrijpen.

Principes van Parreren:

Principes die duidelijk naar voren komen en waar wij expliciet aandacht aan besteed hebben is:

  • Motivatie van de leertaak: Voor de leerlingen wordt de zin van de opdracht duidelijk door de inleiding. Verder krijgen ze zin in de opdracht doordat ze weten waarvoor ze het doen: De tentoonstelling en het cijfer (zie beoordelingstabel)
  • Deelstappen: De deelstappen die de kinderen dienen te maken staan in het stappenplan
  • Handelen op verschillende niveaus: Alle verschillende handelingen komen aan de orde.
  • Instructietempo: De leerlingen kunnen de volgende instructie aanklikken als ze er aan toe zijn.
  • Gedragsgecentreerde instructie- en correctie: Binnen de WebQuest wordt duidelijk wat er van de leerlingen wordt verwacht en hoe ze dat moeten doen. Ze weten waar ze op moeten letten, door de beoordelingstabel. Als ze die ook tussendoor bekijken, ontstaat er vanzelf gedragsgecentreerde correctie. Ook geeft de leerkracht suggesties als de leerlingen er niet uitkomen.
  • Reflectie: De leerlingen kijken terug op hun werk a.d.h.v. de beoordelingstabel. Ze kijken of ze voldoen aan de eisen. Er wordt niet of weinig teruggekeken op het proces dat de leerlingen zijn doorgegaan, alleen als het resultaat onvoldoende is. Wel houdt de leerkracht het proces in de gaten.
  • Gevarieerde oefening: Deze hele opdracht is natuurlijk iets anders dan de dagelijkse schoolopdrachten.
    Stimuleren van initiatief en creativiteit: De leerlingen werken zelfstandig en het initiatief ligt bij hun. Hun creativiteit wordt eveneens gestimuleerd, doordat ze een aantrekkelijke collage moeten maken, op hun eigen manier.

Klassenmanagement:

De tijd die de leerlingen in de klas te besteden hebben aan de collage is 2 a 3 uur. Natuurlijk kan je als leraar kiezen voor een kortere of een iets langere tijd.

Als er één computer is in de klas kan je het zo indelen:

  • Elk groepje heeft 1 middag in de week er aan zitten ( maandag t/m vrijdag). Zo hebben ze voldoende beschikking over de computer.
    Als er meerdere computers te gebruiken zijn is dit niet nodig.
  • Hoe deel je de groep in:
    Laat de leerlingen zelf groepen samenstellen. Vaak weten ze zelf wel met wie ze goed kunnen samenwerken en met wie niet.
    Je kunt als leraar ook kiezen voor het zelf vormen van de groepen, dit is afhankelijk van de groepsgrote, manier van samenwerken en van bepaalde leerlingen).

Afspraken:

  • Bepaal samen met de klas de inleverdatum van de collage en de datum van de tentoonstelling.
  • Er moet een duidelijke taakverdeling zijn. Dit moeten ze op papier inleveren bij de leraar.
  • De leerlingen moeten weten dat ze er een cijfer voor krijgen.
  • De collage moet tekst en plaatjes bevatten die passen bij het onderwerp van de groep. De vragen die gesteld worden bij het onderwerp, moeten zeker zichtbaar zijn op de collage.
  • Alle groepjes mogen (als dit mogelijk is op school) 1 plaatje met kleur uitprinten. De andere plaatjes moeten ze thuis uitprinten en anders met stiften of potloden inkleuren.
  • Als leraar eventueel suggesties geven voor de vormgeving van de collage.
  • Ook tussendoor reflectie geven, wat mist er nog aan. Zo kunnen de lln. daar nog aan werken.

Instructie:

Zie deel B van het leerkrachten deel

Zelfstandig werken:

De leerlingen kunnen tijdens de hele opdracht zelfstandig aan het werk. Ze kunnen de duidelijk geformuleerde stappen af gaan en zo tot het eindresultaat komen.
De leerkracht is in principe niet nodig voor het uitvoeren van de opdracht.

Coöperatief leren:

Dit punt komt zeker voor in de WebQuest. De leerlingen moeten per groep een collage maken, maar met de hele klas een tentoonstelling. Dan is het dus pas af.

Differentiatie:

  • Er is de mogelijk om thuis te werken.
  • Je kunt er voor kiezen om een dag met zijn allen aan de collage te werken.
  • Verder is het aan de leraar zelf om te differentiëren.

Leerdoelen:

  1. De leerlingen kunnen de vragen beantwoorden die van te voren gesteld zijn over de verschillende onderwerpen, nl.:
    • Hoe zijn de duinen ontstaan en is dat nu nog steeds het geval?
    • Wat is het verschil tussen jonge en oude duinen?
    • Kun je kort over de grondsoorten vertellen?
    • Waar in Nederland kun je duinen vinden?
    • Welke duinen zijn al heel oud en welke nog wat jonger?
    • Hoe komt het dat niet alle duinen in Nederland aan de zee liggen?
    • Hoe zorgen de duinen er voor dat Nederland niet onder water loopt?
    • Wat hebben de duinen en water met elkaar te maken?
    • Waar gebruiken de mensen de duinen nu het meest voor?
    • Wat voor soorten planten kun je vinden in de duinen?
    • Wat kun je over planten in de duinen vertellen? Wat voor soort dieren kun je vinden in de duinen?
      Wat kun je over dieren in de duinen vertellen?
  2. De leerlingen kunnen een collage maken over een bepaald onderwerp. Die collage verteld in het kort de belangrijkste punten over dat onderwerp.
  3. De leerlingen kunnen samenwerken en de taken eerlijk verdelen. Samen zorgen zij voor een compleet resultaat.
  4. De leerlingen kunnen hun tijd indelen en binnen de tijd het verwachte resultaat leveren. Lukt dit niet, dan beseffen ze dat ze in hun eigen tijd aan het werk moeten.
  5. Van de resultaten van de groepjes, kan de gehele klas één groot geheel maken, zodat het duidelijk één tentoonstelling wordt.
  6. De leerlingen kunnen de vormgeving en de presentatie van hun teksten/collage verzorgen door aandacht te besteden aan de leesbaarheid van hun spelling, de leesbaarheid van hun handschrift, zinsbouw, bladspiegel, beeldende elementen en kleur.

Aandachtspunten beoordeling WebQuest

U kunt er voor kiezen om de leerlingen zelf hun werkstuk te laten beoordelen. De score (zie beoordeling) die de leerlingen volgens de beoordelingstabel halen geeft hun namelijk inzicht in hun eigen sterke en zwakke punten. U kunt dit cijfer achteraf zelf nog controleren volgens de tabel. Het is en blijft natuurlijk iets subjectiefs.

Als u een andere (zelfbedachte) beoordeling aan wilt houden, moet u dit van te voren melden aan de leerlingen, zodat ze de beoordelingstabel die wij voor u hebben bedacht niet aan hoeven te houden.

Klik op 'beoordeling' voor de beoordelingstabel

Toelichting WebQuest-onderdelen

  1. Inleiding
    De inleiding van de WebQuest kunt u op verschillende manieren plaats laten vinden. Als u voor iedereen een computer beschikbaar hebt, kunt u de inleiding op een goede manier de complete WebQuest, inclusief inleiding, volgens de computer laten verlopen.
    Als er maar weinig computers beschikbaar zijn of u wilt de inleiding absoluut klassikaal doen, kunt u onze inleiding gebruiken om voor te lezen.
    Bij een klassikale inleiding kunt u ook een woordspin maken. Op die manier kunt u met de leerlingen brainstormen over de voorkennis over de duinen. Waar denken ze aan bij ‘duinen’…Als u de gehele klas met deze WebQuest laat werken of als uw leerlingen weinig ervaring hebben met het maken van een WebQuest, is het verstandig dat u de WebQuest goed introduceert. Op die manier voorkomt u dat leerlingen tijdens het maken van de WebQuest vastlopen.
  2. Opdracht
    Als u ervoor kiest om de inleiding klassikaal te doen, kunt u het beste de opdracht ook klassikaal te bespreken. Hierbij kunt u letterlijk voorlezen wat er bij de opdracht staat omschreven.
    Zowel bij het naar voren laten komen van de inleiding en de opdracht via de computer als klassikaal, bepaalt u zelf hoe de groepjes worden verdeeld. Het ligt vaak aan de klas, wat de beste oplossing is. Iedere klas is verschillend qua samenwerken, zelfstandig werken en met de computer werken. Het is dus vooral aan uzelf hoe u de groepen gaat verdelen. Wel moet u er rekening mee houden dat er uiteindelijk vijf groepen zijn, omdat er ook vijf onderdelen zijn, namelijk ontstaansgeschiedenis, ligging, functie, planten en dieren. Nadat de kinderen de opdracht hebben gelezen. U kunt er ook voor kiezen om bij het onderdeel ontstaansgeschiedenis meer kinderen in te delen, omdat dit een vrij groot onderdeel is.
    Als uw leerlingen weinig ervaring hebben met het maken van een WebQuest en/of het maken van een collage/tentoonstelling, is het van belang dat u vooraf aan de activiteit de Opdracht en de Handelingen toelicht. De leerlingen weten dan precies wat van hen wordt verwacht.
    Probeer duidelijk te maken aan de leerlingen wat er van hun wordt verwacht. Dit kunt u doen a.d.h.v. de beoordelingslijst, maar ook door duidelijke afspraken te maken. Suggesties voor afspraken zijn:
    • Rustig werken, zodat niemand anders in de klas last heeft van je.
    • Ruim altijd je spullen op als je moet stoppen.
    • Je krijgt een cijfer voor de collage
    • De collage bevat plaatjes en tekst.
    • Als je wilt mag je altijd andere tastbare dingen meenemen, zoals duinzand of een plantje.
    • Als de collage niet binnen schooltijd af is, mag je er thuis aan werken.
    • Als de collage niet veelzeggend is, moet je er ook nog wat bij vertellen, anders is het vrijblijvend.
    • De collage moet af voor de afgesproken datum
    • Eventueel thuis printen voor kleurenprint.
  3. Werkwijze
    De volgorde waarin uw leerlingen de opdracht uitvoeren is van groot belang. Eerst verzamelen de leerlingen met behulp van de bronnen (die staan vermeld per onderdeel) informatie die betrekking hebben op de vragen. De antwoorden op de vragen verwerken de leerlingen in een collage of eventueel in een andere vorm die tot zijn recht komt in een tentoonstelling.
  4. Infobronnen
    Bij het kopje bronnen, gaat het erom dat de kinderen zelfstandig op Internet naar informatie gaan zoeken. Het is daarom belangrijk dat als de kinderen aan deze WebQuest gaan beginnen, dat ze al enige ervaring hebben met het werken op Internet. Verder staan bij de bronnen omschreven wat URL’s zijn, maar voor de duidelijkheid zou u in de klas dat ook kunnen vertellen. 
  5. Beoordeling
    U kunt er voor kiezen om de leerlingen zelf hun werkstuk te laten beoordelen. De score (zie beoordeling) die de leerlingen volgens de beoordelingstabel halen geeft hun namelijk inzicht in hun eigen sterke en zwakke punten. U kunt dit cijfer achteraf zelf nog controleren volgens de tabel. Het is en blijft natuurlijk iets subjectiefs.
    Als u een andere (zelfbedachte) beoordeling aan wilt houden, moet u dit van te voren melden aan de leerlingen, zodat ze de beoordelingstabel die wij voor u hebben bedacht niet aan hoeven te houden.
  6. Afsluiting
    Als alle kinderen de WebQuest hebben afgerond, is het misschien wel interessant om met de hele klas ook een keer een bezoek te brengen aan de duinen.
    Verder kunt u vragen aan de leerlingen wat ze hebben onthouden van de WebQuest en wat ze het allerleukste vonden om te doen.